Kwaliteit in de buitenschoolse opvang

In 2017 en 2018 is de kwaliteit van de buitenschoolseopvang in kaart gebracht. Er is gebruik gemaakt van observatie-instrumenten die een oordeel geven over de kwaliteit van de opvang. Daarnaast is er in persoonlijke interviews met pedagogisch medewerkers gevraagd naar het aanbod van activiteiten en het pedagogische klimaat in de groep. En is er gevraagd naar de achtergrond van de pedagogisch medewerkers, de werkbeleving, de structurele en stabiele kenmerken van de groep en het pedagogisch beleid.

De resultaten

De gecombineerde resultaten van de observaties in 2017 en 2018 laten zien dat de proceskwaliteit varieert afhankelijk van welk aspect bekeken wordt. De emotionele proceskwaliteit is matig tot goed, en ook de aspecten van groepsorganisatie scoren hoog, maar de educatieve proceskwaliteit (faciliteren van conceptontwikkeling, kwaliteit van feedback en taalstimulering) is laag. Er is een basisactiviteitenaanbod dat ervoor zorgt dat kinderen zich kunnen vermaken, wat blijkt uit de CLASS Pre-K en BSO observatieschaal, en uit de interviews met pedagogisch medewerkers, maar het aanbod lijkt vooral gericht op spel (binnen en buiten) en minder op verschillende andere domeinen, zoals muziek, dans, natuur en techniek. Al zijn er relatief grote verschillen tussen groepen, waarbij sommige groepen zich duidelijker profileren op een of meer van deze ontwikkelingsgebieden. De educatieve proceskwaliteit is beduidend hoger tijdens gerichte activiteiten en creatieve activiteiten, vergeleken met vrij spel en eet- en drinkmomenten. Maar dit type georganiseerde activiteiten is relatief weinig geobserveerd tijdens de bezoeken (ca. 25%). Eet- en drinkmomenten nemen de meeste tijd in beslag.

Bekijk ook de samenvatting en infographic van de resultaten van de buitenschoolse opvang.